Peter

Verhalen >

Peter

Na een ongeluk op het werk moest Peter rondkomen van een kleine uitkering. Toch haalde hij altijd net het einde van de maand. Tot er een misverstand was met de Belastingdienst en hij onverwachts een flink bedrag moest terugbetalen. Hij kreeg hulp van de Stadsbank en leefde drie jaar met zijn dochter van 39 euro per week. “Ik mis het contact met de consulent nog wel. Dat was een fijn mens.”

Begin 30 was Peter (62) toen er op zijn werk, waar hij koelcellen bouwde, een zwaar paneel bovenop hem viel. Hij belandde voor de rest van zijn leven in de bijstand. Hoe graag hij ook aan het werk wilde, het lukte niet. Zijn rug was onherstelbaar beschadigd. “De ene dag gaat het lekker”, legt hij uit. “De andere dag is het niets.” Financieel was het net te doen. Samen met zijn vriendin zorgde hij voor haar twee kinderen uit een vorige relatie en voor de dochter die ze samen kregen. Het werd pas ingewikkeld toen ze bij hem wegging, en alle drie de kinderen bij hem achterliet. De alimentatie die hij van zijn ex kreeg, werd afgetrokken van zijn uitkering. Wanneer de kinderbijslag binnenkwam, was er net genoeg om kleren te kopen. Maar toen de wasmachine stuk ging, kocht hij er een bij Wehkamp, op afbetaling. “Dat was de eerste keer dat ik een schuld had.”

Relatie uit, geld op

In 2008 viel het hem op dat hij elke maand geld kreeg van de Belastingdienst. Geen idee waar dat voor was, dus hij belde op. Geen probleem, zei de man die hij aan de telefoon kreeg, het was geld waar hij recht op had, dus maakt u zich geen zorgen. Peter vertrouwde het niet. Hij zette alles netjes op zijn spaarrekening om te kunnen terugbetalen als het ooit moest en ging door met zijn leven. Hij kreeg een nieuwe vriendin, die al snel bij hem introk. “Tja, hoe gaat dat. Je knapt de kamer een beetje op, er moest een nieuw bed komen en ze wilde graag een autootje om af en toe op en neer te kunnen naar de stad waar ze vandaan kwam.” Hij begon aan zijn spaarrekening, waar het geld van de Belastingdienst op stond. Na zes maanden strandde de relatie en was zijn geld op. “Nu denk ik: hoe dom kun je zijn?”

Foutje van de Belastingdienst

De problemen stapelden zich op. Eerst eiste de Belastingdienst alsnog de uitgekeerde toeslag terug; ze hadden zich vergist en of Peter maar even € 3.000 wilde terugstorten. Toen werd Peters dochter 18; dat betekende 300 euro minder uitkering. Om een schuld aan zijn zwager te kunnen terugbetalen, leende hij ergens anders geld. Dat moest ook afbetaald worden. Samen met de afbetaling voor zijn wasmachine kwam dat op 300 euro per maand. “Het lukte gewoon niet meer.” Peter zat aan de grond.

Naar de Stadsbank

Op dat moment had hij de goede ingeving om te bellen met de Sociale Dienst, die hem voor hulp doorverwees naar de Stadsbank van de gemeente Leiden. Daar kreeg hij een consulent toegewezen. “Bij haar moest ik mijn hele hebben en houden aanleveren. Papieren van schuldeisers, verzekeringspolissen, afschriften. Al mijn financiën, je mag niks achterhouden. Ze nam al mijn geldzaken van me over.” Voor Peter en zijn dochter bleef na aftrek van alle kosten en de afbetaling van de schuld 39 euro per week over. Hij kreeg ook een doorverwijzing naar de voedselbank. Vreselijk vond hij het om daar in de rij te moeten aanschuiven. “Het voelde als bietsen. Maar er lopen wel mensen rond die weten hoe het is. Officieel had ik recht op eten voor 1 persoon, omdat mijn dochter al 18 was. Maar ze waren coulant en soms kreeg ik wat extra’s mee.”

Omfietsen voor kaas

Na drie jaar waren Peters schulden afbetaald en kon hij kiezen: zelf zijn financiën weer regelen of hulp houden van de Stadsbank. Hij koos het eerste. Een fijne start: de Stadsbank had 500 euro voor hem opzijgezet, bij elkaar gespaard van zijn uitkering. Inmiddels gaat het goed met hem, al let hij nog steeds constant op wat hij koopt. “Als de kaas ergens € 1,50 goedkoper is, fiets ik gerust naar het andere eind van de stad.” Eens per jaar heeft hij nog een controlegesprek bij de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente Leiden. “Het contact met die consulent van de Stadsbank mis ik nog wel eens. Dat was een fijn mens. Ze dacht echt mee. Ze kunnen soms iets extra’s voor je aanvragen, dus dan vroeg ze bijvoorbeeld ‘heb jij niet een winterjas nodig?’ Of ik kreeg iets om de verjaardag van mijn dochter te vieren.”

Knuffel voor de kleinkinderen

Solliciteren hoeft hij niet meer, met zijn 62 jaar. Maar hij is wel de vaste klusjesman bij het wijkcentrum van Buzz. Een deurtje dat niet sluit, het onderhoud van de bakfiets; het is bij hem in goede handen. “Dan doe ik ook nog wat terug voor mijn uitkering”, legt hij uit. Wat hem nog steeds dwarszit: dat zijn dochter in armoede moest opgroeien. Hij schiet vol als hij erover vertelt. “Ze begrijpt het wel, hoor, maar toch. Nu koop ik af en toe een knuffeltje of een kleurboek voor mijn kleinkinderen. Dat kon ik voor haar nooit doen.”

Zijn beste advies: “Wacht niet af als je in de schulden raakt. Als je merkt dat je in de problemen komt, stap dan meteen naar Buzz of naar de gemeente. Je moet die cirkel zelf doorbreken en dat lukt niet als je niets doet.”

Hulp bij schulden of geldzorgen?

Hebt u hulp nodig om uw geldzaken op orde te krijgen? U kunt, net als Peter, terecht bij de Stadsbank. Ook bij de Voedselbank kunt u wellicht terecht voor hulp.

" Een kleinigheidje voor mijn dochter zat er nooit in. "