Maarten (61) heeft weer een eigen betaalpas om de boodschappen te doen. Maar het heeft even geduurd voordat hij zichzelf weer vertrouwde met geld. Na jaren afbetalen van zijn schulden, met hulp van de gemeente, durft hij nu weer af en toe een bosje bloemen voor zijn vrouw te kopen. “Je zakt steeds verder weg”, zegt hij over zijn schulden. Zelf is hij het levende bewijs dat je er ook weer uit kunt komen.
Maarten (61) en zijn vrouw werken met spaarpotjes. Voor vakantie, voor verjaardagen, voor onvoorziene uitgaven. Aan het eind van de maand verdelen ze daarin het geld dat over is na aftrek van de huur, de energierekening, de ziektekosten en de boodschappen.
Het ene gat met het andere dichten
Het ging niet altijd zo. Jarenlang was Maarten verantwoordelijk voor de financiën. Zijn vrouw en hij werkten allebei, er was voldoende inkomen en alles ging goed. Tot het niet meer goed ging. “Wat ik toen nog niet wist, en mijn omgeving ook niet, was dat ik een bipolaire stoornis heb. Ik ben manisch depressief. In de periodes dat ik manisch was, gaf ik mijn geld veel te makkelijk uit. Het ging naar van alles en nog wat, vakanties, een dagje naar de Efteling. Als de auto naar de garage moest, deed ik dat op afbetaling. En wanneer de rekening leeg was, gebruikte ik de pas van mijn vader. Ik dichtte het ene gat met het andere. Je zakt steeds verder weg.” Soms stond hij bij de kassa van de supermarkt en moest hij, bij gebrek aan saldo, alle boodschappen weer terugleggen. Langzaamaan groeiden de schulden: voor de telefoon, de ziektekostenverzekering, de gemeentelijke belastingen.
Wees eerlijk over je schulden
Hoe groot de problemen waren, kwam pas uit toen Maarten instortte en moest worden opgenomen. Zijn vrouw schrok zich een ongeluk toen ze de rekening bekeek en ontdekte wat er aan de hand was. Met hulp van familie lukte het Maarten en zijn vrouw om orde op zaken te stellen, maar makkelijk was het niet. “Je moet gaan bellen”, vertelt hij. “Dat heb ik wel geleerd: je kunt maar beter open zijn over je schulden. Ik heb bijvoorbeeld eerlijk tegen de Belastingdienst gezegd: ik kan het niet betalen. Toen kon ik langskomen met al mijn papieren en hebben we samen gekeken of ik in aanmerking kwam voor toeslagen.”
Vuile was
Terugkijkend vraagt Maarten zich af hoe het zo mis heeft kunnen lopen. “Ik praatte niet”, zegt hij nu. “Je moet over de drempel stappen en met elkaar delen wat er niet goed gaat. Maar ik vond het ontzettend moeilijk om hulp te vragen. Ik wilde de vuile was niet buiten hangen.” Het valt ook niet altijd mee om erachter te komen wie je kan helpen. “Ik hoorde pas later dat je bij de gemeente terecht kunt. Zij hebben bijvoorbeeld mijn schuld bij de gemeentelijke belasting kwijtgescholden. Maar ze kunnen je ook uitleggen hoe je afbetalingsregelingen moet treffen voor je ziektekosten en de telefoon.”
Bosje bloemen
Inmiddels bemoeit Maarten zich niet meer met de financiën, dat laat hij aan zijn vrouw over. Het gaat nu zo goed, dat hij zelfs af en toe weer iets kan kopen voor zijn grote hobby, modelbouw. In een vitrinekast staan glimmende modelvrachtwagens. “En een enkele keer koop ik nog wel eens een bos bloemen voor mijn vrouw.” Hij lacht schuldbewust. “Maar ik weet natuurlijk ook wel dat ik dat geld beter aan de boodschappen kan uitgeven.”
Hulp bij schulden of geldzorgen?
Hebt u schulden? Of wilt u schulden voorkomen? Een schuldhulpverlener van de Stadsbank kan u helpen.

